Aan de slag met samenwerking tussen scholen en sportverenigingen
Een interview met NOC*NSF-voorzitter Erica Terpstra in de NIeuwsbrief School en Sport, nummer 6 - oktober 2007
Intro:
Vol enthousiasme ondertekende Erica Terpstra als voorzitter van de overkoepelende sportorganisatie NOC*NSF samen met de toenmalige bewindslieden van de ministeries OCW en VWS twee jaar geleden - als vervolg op het succesvol verlopen Europees Jaar van Opvoeding door Sport 2004 - de Alliantie “School & Sport samen sterker”. Wat is haar visie op samenwerking tussen onderwijs en sport, hoe zet zij zich daar voor in en welke bijdrage levert NOC*NSF daar aan?
Ondanks haar volle agenda als voorzitter van NOC*NSF – de nationale sportkoepel van 90 landelijke sportorganisaties met samen circa 30.000 verenigingen en gevestigd op Nationaal Sportcentrum Papendal bij Arnhem - maakt Erica Terpstra graag tijd vrij om persoonlijk haar belangstelling te tonen voor activiteiten in het kader van de Alliantie School en sport: ‘Er is toch niets mooiers dan gezonde jongeren met een kansrijke toekomst en sport is daarbij onmisbaar. Uit onderzoek en de praktijk blijkt, dat sport kinderen niet alleen gezond houdt maar er ook voor zorgt dat ze beter presteren op school. Zo is er minder schooluitval, zijn ze vrijdagmiddag ook nog “leerbaar” en organiseren en plannen sportende kinderen hun werk vaak beter.’
Het motto van het Europees jaar voor Opvoeding en Sport met een afsluitingsceremonie op “haar” Papendal - “Move your body and stretch your mind” – klinkt hier nog duidelijk in door.
Normen en waarden
Ook vindt zij belangrijk, dat via de sport kinderen spelenderwijs normen en waarden opdoen die ze kunnen gebruiken in hun verdere leven: ‘Fair-play, respect voor ouderen, teamgeest. Scholen die actief investeren in sport geven aan, dat de sfeer op school en het imago van de school is verbeterd. Het is zonde, als we die waarden van de sport voor de jongeren zelf én voor het onderwijs onderbenutten. Daarom moeten we sport op en rond de school stimuleren en sportverenigingen kunnen daar bij helpen. Als dat ook betekent dat er meer kinderen gaan sporten, het liefst natuurlijk bij een sportclub, dan is dat extra mooi.’
Samenwerkingsverband
Niet zo verwonderlijk dus, maar wel zeer te waarderen is, dat zij in 2005 vol enthousiasme het samenwerkingsverband met de ministeries van OCW en VWS ondertekende: ‘We gaan als NOC*NSF voor een leven lang sporten en bewegen. Dat is ongelofelijk belangrijk voor elk mens én voor de samenleving. Dat begint bij de jeugd en met dit interessante publiek-private samenwerkingsverband zijn we een stapje dichterbij gekomen. We hebben met elkaar afgesproken, dat op 90 % van alle scholen vijf keer per week gesport moet kunnen worden en we hebben daarin de afgelopen jaren goed samen opgetrokken.’
Sturingsfilosofie
Haar teleurstelling over de koerswijziging van het nieuwe Kabinet steekt de NOC*NSF-voorzitter dan ook niet onder stoelen of banken: ‘Afgelopen zomer hebben de ministeries dat zelf opgepakt en is de beleidsmatige betrokkenheid vanuit de sport en het onderwijs helaas minder geworden, doordat het Kabinet heeft besloten de financiering van onder andere de combinatiefuncties via de gemeenten te laten verlopen.’
Ze wijst er op, dat staatssecretaris Bussemaker van VWS en haar collega Dijksma van OCW intensief met dit onderwerp aan de slag zijn gegaan sinds hun aantreden: ‘In augustus hebben ze een koersbrief aan de Tweede Kamer gestuurd, waarin ze aangeven langs welke lijnen zij die functies willen gaan invoeren. Wij hadden graag een andere sturingsfilosofie gezien, waarbij het onderwijs- en sportveld zelf verantwoordelijk zouden worden gemaakt voor de uitvoering. Dat is in onze ogen effectiever. Overigens blijven wij een groot voorstander van het concept combinatiefuncties!’
Proeftuinen
Het NOC*NSF ondersteunt diverse projecten, die de samenwerking tussen school en sport stimuleren. Voorjaar 2007 is met een budget van maar liefst 1 miljoen euro gestart met “Sport Z” in Nijmegen en de voorzitter geeft aan waarom zij juist dit project zo belangrijk vindt: ‘VWS heeft dit geld beschikbaar gesteld om nieuwe vormen van sportaanbod in de praktijk te ontwikkelen. Sport Z is één van een tiental proeftuinen verspreid over het land, die wij hebben gekozen. Het leuke aan deze proeftuin is, dat de Nijmeegse sportverenigingen samen met het onderwijs sportdependances opzetten in wijken waar onvoldoende voorzieningen zijn. Uiteindelijk is het de bedoeling, dat er een dekkend aanbod komt door de gehele stad met 16 sportverenigingen en 9 sportdependances. Zo komt de sport naar de jongeren toe!
Ze benadrukt een tweetal kenmerken van deze proeftuin: het sportaanbod sluit aan bij de behoefte van jongeren van 6 tot 18 jaar en naast het sportaanbod wordt ook onderwijsbegeleiding geboden.
Sportmenukaart
Ook vanuit de samenwerking in de Alliantie School & Sport start het NOC*NSF projecten op, zoals “Sport Matcht School” en de voorzitter wijst graag op de betekenis van dit aanbod: ‘Fantastisch om te zien, dat de sport haar eigen verantwoordelijkheid neemt en aan de slag gaat. In het schooljaar 2007-’08 worden door middel van sportmenukaarten al honderd verenigingen aan even zoveel scholen gekoppeld. Het is uniek in de geschiedenis, dat vijftien bonden op deze manier elkaar ondersteunen en gezamenlijk op lokaal niveau de brug slaan tussen gemeenten, sportverenigingen en scholen.’
Als bijkomend voordeel ziet zij, dat het een stuk eenvoudiger wordt om met de realisatie van combinatiefuncties aan de slag te gaan: ‘De eerste stap is dan al gezet. NOC*NSF stimuleert dit landelijk initiatief samen met de Alliantie School en Sport dan ook van harte.’
Investering
Hier ligt ook de motivatie van de NOC*NSF-voorzitter om te investeren in kontakten met het kabinet: ‘Centraal in die kontakten staat de ambitie om er voor te zorgen, dat we de samenwerking tussen sport en onderwijs goed aangrijpen om te investeren in de jeugd. Het kabinet onderschrijft het belang daar van en moet dan ook passend beleid maken. Wij staan een aanpak voor waarin voldoende begeleiding en accommodaties gerealiseerd worden. Daarop zal namelijk een veel groter beroep gedaan worden, als elk kind vijf keer per week gaat sporten. Er is wel eens berekend, dat als je dit voor alle kinderen mogelijk wil maken ongeveer 315 miljoen euro geïnvesteerd moet worden in combinatiefuncties en multifunctionele sportaccommodaties. Overigens is dat een koopje vergeleken met de baten voor de samenleving. Het kabinet kiest er nu voor om gefaseerd met dit onderwerp aan de slag te gaan.’
Slimheid
Volgens Terpstra is de realisatie van dit vijfdaagse sportaanbod voor de jeugd vanwege de omvang van de opgave alleen te realiseren door slimme combinaties te maken in de samenwerking tussen scholen en sportverenigingen: ‘De combinatiefunctie is er op gebaseerd, dat school en sportvereniging in één persoon gat samenwerken. Het is iemand, die zowel op de school als in de vereniging actief is. Zeg maar 50-50 qua tijd. Zo wordt het veel goedkoper en gemakkelijker om de doelstelling van de Alliantie School en Sport te halen. Zo hoeft de school het ook niet alleen te doen en kan ze gebruik maken van het potentieel van de sportvereniging.’
Combinatiefunctionaris
In haar visie kan de combinatiefunctionaris een vakleerkracht of een trainer/coach zijn, die op school of in de vereniging met kinderen actief is: ‘Overigens zijn wij als NOC*NSF van mening, dat ook in het PO elke school een vakleerkracht LO moet hebben. Deskundige trainers/coaches zonder onderwijsbevoegdheid moeten onder verantwoordelijkheid van de vakleerkracht zelfstandig in schooltijd actief kunnen zijn, om er voor te zorgen dat kinderen meer sporten (dan de wettelijke uren LO). De vakleerkracht die ook in de vereniging actief wordt, zal natuurlijk ook voldoende van de betreffende sport af moeten weten om daar goed aan de slag te kunnen. Hier kunnen de bondsopleidingen bij helpen.’
Koppeling
NOC*NSF kan het komend jaar de mouwen opstropen, want het kabinet gaat 2500 combinatiefuncties realiseren in het verband van brede scholen, sport en cultuur: ‘Samen met de bonden en verenigingen gaan wij helpen bij de realisatie hiervan, want een groot deel zal in de sport terecht gaan komen. Het is een enorme klus om geschikte scholen en sportverenigingen te vinden en aan elkaar te koppelen. Verder zullen zij ook ondersteund moeten worden met samenwerkingsmodellen, profielen, overeenkomsten en dergelijke. Dat zullen wij en andere partijen samen in het veld gaan organiseren.’
Partnerschap
Ter afsluiting heeft Terpstra zeker nog wel een praktisch advies voor schoolbestuurders en schoolleiders: ‘Kijk serieus naar verenigingen, die je kunnen helpen. Sportaanbod is immers hun kerntaak. Als we met de 2500 combinatiefuncties ook sportverenigingen goed kunnen toerusten, zijn de verengingen echt een heel handige partner. Het zal hier en daar best een beetje pionieren zijn, want het is allemaal nieuw en soms wat onwennig nog. Momenteel ontstaan in de praktijk uit zichzelf maar weinig samenwerkingsprojecten tussen scholen en verenigingen. Veelal komt dat, doordat de professionals van school van 9 tot 17 uur werken en de vrijwilligers van de sportverenigingen om 18 uur beginnen. De combinatiefunctionaris die met de benen in beide werelden staat, gaat hier echt enorm bij helpen.’